Relatieve projecties.

Normale projectie.

snijpunt

Bij een normale projectie heb je één richting en afstand
vanuit je huidige locatie of een ander bekend wp.
Dat beginpunt kun je zien als het midden van de gradencirkel.

Vandaaruit zet je de richting en afstand uit.
Je ziet gelijk waarheen je moet gaan.

 

Relatieve projectie.

snijpunt
Hoek naar rechts.
Bij de relatieve projectie krijg je een plaatje zoals hiernaast.
Je hebt een beginpunt (waar je staat), maar ook
een referentiepunt. (meestal het vorige wp)
Voor de eindpunt bepaling heb je een hoek en 2 afstanden.
Hier hebben we een hoek naar rechts van 76°.

Als eerste moet je weten wat de richting is van het referentiepunt
naar het beginpunt. In dit voorbeeld is dat 110° .
Dus van referentiepunt naar beginpunt = 110°.

snijpunt


Kijk nu goed naar dit plaatje. Daar heb ik de gegeven hoek in de juiste richting (110°) op de gradencirkel gelegd.

Misschien zou je nu denken 110° + 76° = 186°
Maar zo simpel werkt het niet.

Om de juiste richting te kunnen bepalen, moet ons
beginpunt eigenlijk ook het midden van een gradencirkel zijn.
Dan pas kun je de juiste richting naar het eindpunt bepalen.

 

 

 

snijpunt

 

Hoe doen we dat?
In het plaatje hierboven hadden we als richting van het referentiepunt naar het beginpunt.= 110°
Dat willen we nu omgekeerd hebben. Van het beginpunt naar het referentiepunt.
Daarvoor tellen we 180° op bij de 110° (omgekeerde projectie) en dat wordt 290°

Dat kun je ook zien in plaatje. Daar trekken we die hoek van 76° af en we hebben de richting bepaald van het beginpunt naar het eindpunt. 290° - 76° = 214°

Maak een projectie van 214° en 120 meter.

 

Hoek naar links?

We hebben nu gewerkt met een rechtse hoek. Bij een linkse hoek moet je de graden van de hoek er bij optellen. B.v. dus 290° + 76° = 366°. Dat wordt dus 366° - 360° = 6°
Heb je dus in je berekening een richting, groter dan 360° dan trekje aan het einde gewoon 360° er van af en het klopt weer.

Tot slot.

Het kan voorkomen dat er een aantal van deze relatieve projecties achter elkaar staan.
Geen probleem. Los de projecties één voor één op en bepaal de eindpunten die weer het referentiepunten zijn voor de volgende relatieve projectie.